Dina Deferme is een meesteres in het ontwerpen van romantische tuinen, voortdurend bloeiende borders zijn haar handelsmerk. Ze tovert met klimplanten, goochelt met de beschikbare ruimte en slaagt er steeds weer in om een romantische tuin te ontwerpen die bovendien gaaf is van architectuur en onberispelijk van snit. De border werd ontworpen met de bedoeling een heel groeiseizoen kleur te geven. Groepen voorjaar- zomer- en laatbloeiers wisselen elkaar af. Dina koos voor planten die niet woekeren en werkt hoofdzakelijk met plantengroepen. Blad- en bloemkleuren- en structuren spelen bij haar een belangrijke rol. Zij heeft rekening gehouden met de grondsoort, zon en schaduw vandaar dat de border van laag naar hoog opgebouwd is tegen een eeuwenoude muur.
Het Hageland, de toeristische regio waarvan Hoegaarden deel uit maakt, dankt zijn naam aan de vele hagen die vroeger de landbouwpercelen afzoomden. Naast hun grensaanduidende functie dienen deze hagen als toevluchtsoord, voedsel- en nestplaats voor dieren. Bovendien geven ze een windarme afscheiding en zorgen ze voor een microklimaat door windbreking.
In deze tuin vindt u voorbeelden van taxus 'Aurea Marginata', Spaanse aak of veldesboom, buxus, haagbeuk, Cronus acer en Cornus lonicera, allen hagen die in verschillende snoeivormen in België voorkomen.
Met een beetje verbeelding herkent u in het haagpatroon de contouren van de prachtige Sint-Gorgoniuskerk.
U bemerkt meteen de 150 jaar oude metalen druivenserre, de blikvanger in het park. Deze is gebouwd in neogotische stijl en vormt een wezenlijk onderdeel van het park. Vroeger werd deze serre met kolen verwarmd. Door de jaren heen was de druivenserre zwaar in verval geraakt en niet langer bruikbaar. De Hans de Vredeman de Vriesprijs maakte een grondige restauratie mogelijk. Vandaag is de serre terug in haar oorspronkelijke staat te bewonderen.
Rond de serre vind u de fruittuin met daarnaast een kleine wijngaard. In de 16de eeuw kwamen in de Nermvallei veelvuldig wijngaarden voor. In de serre treft u ook wijnranken aan van volgende druivensoorten: Royal en Bai D'oir, hiervan wordt door vrijwilliger Geert Clement heerlijke Kapittelwijn gemaakt. De rozelaars aan het einde van de wijnranken, waarschuwen de tuinier voor meeldauw. In de fruittuin treft u naast wijnranken ook oude fruitbomen zoals peer, pruim, kweepeer, kornoelje en moerbei aan. Ontdek ook de diverse soorten kleinfruit waaronder de Japanse wijnbes, stekelbes, jostabes, frambozen en rode en zwarte bessen. Rond de serre werden ook historische bloembollen geplant uit Hortus Bulborum uit Limmen (Nederland).
Ontdek op een speelse manier deze tuin en naargelang het seizoen kan u hiervan ook proeven.
Deze border werd aangelegd door de Nederlandse beplantingsspecialiste Jacqueline Van der Kloet. Het is een border waarin vaste planten gecombineerd worden met zomerbloembollen zodat er een volmaakte harmonie ontstaat. In deze border zijn kleuren net zo belangrijk als vormen en silhouetten. Jacqueline maakte voor de border gebruik van zachte kleuren als roze, wit en licht blauw. Door het gebruik van evenwichtige combinaties wordt een perfectie bereikt die tegelijkertijd een aangename vanzelfsprekendheid heeft. In deze border treft u Dahlia's, Liliums, Pioenen en Hydragea aan.
Elk jaar worden in deze tuin zowel in de zomer als winter nieuwe bloembollencombinaties toegepast. Een gezegde in Nederland zegt: 'Een tuin zonder bloembollen is geen tuin'.
De lentebollen zijn op het einde van de grijze winterdagen de aankondigers van de lente. Het begint allemaal sober van kleur met de sneeuwklokjes om te eindigen met een spetterend vuurwerk van tulpen, Fritilaria's, Narcissen en Hyacinthen.
In deze tuin treft u een strak patroon van kort gesnoeide kamers van haag, haagbeuk en buxus aan.
Op gebied van onderhoud is deze tuin zeer arbeidsintensief omwille van het snoeiwerk van de Salix caprea 'Klimarnock'. Het prieeltje is getooid met klimroos 'New Dawn'. De tuinkamers zijn opgevuld met Epimedium als bodembedekker.
Dis is één van de eerste tuinen die in het park werd aangelegd. Centraal in deze tuin is de gemetselde vijver met twee beplantingszones aan de buitenkant. De planten in de vijver zorgen ervoor dat het teveel aan voeding uit het water wordt gehaald, hierdoor is er minder algenvorming. De vissen die in de vijver leven zijn goudwindes, het zijn insecteneters die niet in de bodem wroeten, zodat het water helder blijft.
De blikvanger in deze tuin is ongetwijfeld de Gunera manicata, deze is echter niet winterhard.
In deze milieuvriendelijke tuin wordt het tuinafval gerecycleerd en demonstreert men de verschillende kringloopideeën. Het resultaat is een echte delicatesse voor elke tuin ! Het begrip kringlooptuin duidt op de natuurlijke cyclus die de groenteresten van je tuin kunnen volgen.
Iedere border krijgt jaarlijks een compostlaag van ca 5 cm, compost is het zwarte goud van de tuin. Grond verrijkt met comost is aangenaam om in te werken en geeft een ontzettende energieboost aan de planten.
Deze tuin werd gecreëerd naar voorbeeld van een Marokkaans binnentuintje. In de ommuurde Marokkaanse paleizen vindt men veel rustgevende belommerde binnentuinen om te vertoeven tijdens de warme zomers. In deze tuin vormen de hagen de muren de paleismuren en werd er gekozen voor een formele beplanting.
Deze tuin werd na de dood van Koning Boudewijn aangelegd door de Spaanse tuinarchitecte Ingrid Garcia. De spiraalvorm waarrond deze tuin is opgebouwd en de haagjes in klimmende hoogte symboliseren de levensloop van de koning. Centraal in deze tuin staat de naaldboom Cryptomeria japonica, de zaadjes van deze boom werden door zijn goede Japanse vriend, keizer Hirohito aan de koning geschonken. De lievelingsbloemen van de koning waren Azalea's en Rododendrons. Ook werden zijn lievelingskleuren geel en wit gebruikt.
In deze tuin werd er gekozen om te werken met duurzame materialen waaronder de Belgische blauwe steen en kasseien.
Hier wordt een koning nooit vergeten !
Het strakke hagenspel geeft samen met de bomen structuur aan het geheel.
Vooral in de lente is er veel kleur in de schaduwtuin dit omdat de bomen op die tijd van het jaar geen blad aanmaken en hierdoor de lentebloeiers volop kunnen genieten van de zon. Het zijn hoofdzakelijk de lentebloembollen waaronder de cyclamen die hier de show stelen.
De blikvangers in de zomer zijn de varens, hosta's, Ariseama's en andere bosplanten.
In de herfst is het Kirengeshoma palmata die met zijn gele wasachtige bloemen die kleur geeft aan de tuin.
In deze tuin kan u verschillende tuinkamers vinden die verdeeld werden op kleur. Hier werd geopteerd om struik- en heesterrozen te combineren met vaste planten. De lavendel die je her en der ziet staan heeft een esthetische functie maar evenzeer ook een nuttige functie aangezien lavendel bladluizen op afstand houdt.
Wie een stevige trosroos wil zal ongetwijfeld onder de indruk zijn van de White Spray', een veel geprezen bodembedekkende roos.
De klimrozen brengen romantiek naar de rozentuin. Een echte topper is de 'Klifsgate', een liaanroos die moeiteloos zaken van 10 meter vormt. Deze liaanroos staat eind juni in volle bloei, rondruit indrukwekkend.
Het ontwerp van deze tuin brengt hulde aan één van de voornaamste wetenschappers uit de 16de eeuw, Gerardus Mercator, de man die de wereld in kaart bracht.
Tussen de sierlijke haagsculpturen, die verwijzen naar Mercator als kalligraaf, staan verschillende miniatuurrozen.
Hierin kunnen de kinderen naar harte lust spelen. Het kinderfort is uitsluitend vervaardigd uit natuurlijke en herbruikbare materialen waaronder kastanjehout, Castanea. De wilgeniglo's vormen groene kinderhutjes.
Langs de muur spreidt zich in de landelijke tuin de mooie klimrozelaar 'Alchemist' zijn takken. In deze tuin is een mooi samenspel gecreëerd van kleinfruit, groeten en bloemen.
De oorsprong van de landelijke tuin ligt in het verleden toen men aan plantenuitwisseling deed met de buren. De tuin was zowel nuts-, sier- en klein fruittuin. Bloemen werden vaak gebruikt om de moestuin af te zomen, men koos hoofdzakelijk hiervoor dubbel bloemige bloemen, asters, tagetes, rozen, dahlia's en anjers.
Het hele seizoen is er kleur in deze tuin. In de lente trekken de bloembollen, Helleborussen, meiklokjes, Akeleien en vaste planten de aandacht. Eenjarigen, lelies, rozen en andere vaste planten nemen deze taak op zich tijdens de zomermaanden en in de late zomer en herfst tonen Anemonen, diverse Dahlia's, zonnebloemen en andere planten hun kleurenpracht.
Deze tuin ligt in het verlengde van het Kapittelpark en is een initiatief van de Vlaamse tuinaannemers in samenwerking met VLAM vzw (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing). Met dit project zetten ze de meerwaarde die een tuinaannemer kan bieden zo veel mogelijk in der verf en reiken zij de consument ideeën aan voor het aanleggen van zijn tuin. De Tuin van hEden beslaat 75 are.
De grootste troef van deze tuin is dat hij iedereen kan aanspreken. De tuin is net als Eden een paradijs en speelt, zonder echt trendy te zijn, in op wat de consument vandaag verwacht van een tuin.
Voor het ontwerp heeft VLAM in 1997 een wedstrijd uitgeschreven onder tuin- en landschapsarchitecten, Jean-Paul Rausch, tuinarchitect uit Bierbeek heeft de wedstrijd gewonnen.
Rausch heeft met weinig verschillende materialen veel variatie in de tuin gebracht door creatief om te springen met vormgeving. Van het enorme aanbod klinkers op de markt zijn er slechts twee formaten gebruikt. Verder zijn Belgische blauwe steen, en gebakken kleiklinkers en kassei gebruikt.
Hoewel de tuin één geheel vormt, kan je hem ook in verschillende afgebakende delen opsplitsen. De ontwerper jongleert met strakke en losse structuren, met natuur en architectuur, met licht en donker.
Rausch heeft in zijn ontwerp rekening gehouden met de toegankelijkheid van het terrein voor rolstoelgebruikers. In zijn plantenkeuze kiest de architect voor inheemse soorten. Zijn uitgangspunt in de keuze van begroeiing is dat het in het landschap moet passen. Rausch mijdt modeplanten en streeft naar waardevolle, tijdloze plantensoorten.
Links bij het binnen komen van de Tuin van hEden ontdekt u de prairietuin of onderhoudsvriendelijke grassentuin. Deze is 800m² en is de grootste van België.
Deze tuin werd aangelegd door vaste plantenkweker Jan Spruyt en vormt de perfectie synergie tussen beperkt onderhoud en ecologie. De tuin van onze dromen, altijd verrassend, vol kleur en zonder onderhoud. Onderhoudsarm omdat hij slechts eenmaal per jaar dient gemaaid te worden en er gebruikt gemaakt is van een mineraalrijke lava-mulchlaag om het onkruid te onderdrukken. Ecologisch omdat er niet beregend, niet gespoten tegen insecten of ziekten noch bemest wordt en omdat er heel veel insecten- en vlindervriendelijke planten worden gebruikt. Onderhoudsarm omdat het enige grote jaarlijks terugkerende werk slechts het grondig maaien en de 'grote kuis' van begin maart zal zijn.
De beplating bestaat voornamelijk uit diverse grassensoorten in combinatie met vaste planten uit de Amerikaanse prairie en bloembollen. Voor de vaste planten werden insect vriendelijke planten gekozen. Door de sierlijke gras- en plantensilhouetten is deze tuin ook sierlijk gedurende de hele winter. Ook de winter silhouetten zijn in de winter zeer attractief.
Een goed opgezette prairietuin moet niet steeds herwerkt worden maar is zelfregulerend.
Afgesloten achthoekige ruimte.
De Tuinen van Hoegaarden hebben er een nieuwe blikvanger bij. De grootste pioenborder van België werd door pioenenkenner Guy Vervoort in de Tuinen van Hoegaarden aangelegd. Hij is een plantenliefhebber in hart en nieren.
Deze border met pioenen, de koningin van de lente werd gecombineerd met rozen vanuit de kwekerij van Casteels. Dit om een heel seizoen lang te kunnen genieten van prachtige geuren en kleuren. In de lente zorgen de lentebollen voor een prachtig kleurenpalet.
Pioenen groeien en bloeien weergaloos mooi. Omdat ze erg oud kunnen worden, zijn ze vaak dragers van herinneringen en zijn sommige echte familiestukken. Menig tuinliefhebber heeft deze plant in zijn tuin staan. Ze zijn ronduit schitterend ! Het is een plant met geschiedenis.
Deze boom is een van de oudste in het park en is naar schatting 250 jaar oud.
Hij werd aangeplant om zijn eetbare noten. De bloemen gaan open tegen eind juni. De bladeren worden geel en later donkerbruin in oktober. De schors is donkerbruin en gegroefd.
Dit is de enige vertegenwoordiger van een plantentype dat wijd verspreid was in prehistorische tijden. Het is een bladverliezende boom. De bladeren zijn tweelobbig maar vaak zijn ze waaiervormig en weinig gelobd. Verkleurend tot geel in de herfst en dan afvallend. De schors is bruin en kurkachtig.
Deze boom werd aangeplant omwille van zijn winterbloesems en fraaie vruchten. Het hout wordt in de industrie gebruikt voor het vervaardigen van kleine huishoudelijke voorwerpen. De bessen zijn bruikbaar voor het maken van stroop of jam.